woensdag 7 februari 2018

Wilde gist
























Om redenen die ik zelf niet helemaal kan traceren, ben ik de laatste weken nogal bezig met bier.

Of.. eigenlijk kan ik dat wel. Het begon met die zoektocht naar nieuw bier die ik in m'n vorige bericht beschreef en waaruit ondermeer de kennismaking met de trappist Westvleteren voortkwam.

Gisteren reed ik, na een bezoekje aan de boot, die in Zeeland rustig ligt te wachten op het voorjaar, opnieuw naar het Bierparadijs in Meer. Ik heb een krat Bootjesbier en krat Duvel Triple Hop meegenomen.
Bij een korte rondgang langs de afdeling 'losse flesjes' (daar komen er steeds meer van in het Bierparadijs, terwijl het aantal bieren dat per krat wordt verkocht lijkt af te nemen; een bedenkelijke ontwikkeling), stuitte ik op (zie foto) Wild Jo. Een product van de van oudsher bekende brouwerij De Koninck uit Antwerpen. Dertig tot veertig jaar geleden vooral bekend omdat zij destijds zo'n beetje het laatste bier van hoge gisting brouwden, dat nog als tapbier te koop was.
Hoewel veel De Koninck-bier geen gist op de fles heeft en alleen daarom al minder interessant is, nam ik een flesje mee.

Volgens De Koninck is Wild Jo een bier voor "stadsduiven". Het is duidelijk: ook De Koninck wil inhaken bij de trend die probeert, sinds bier iets voor metro-mensen en hipsters is geworden, met quasi-nonchalante praatjesmakerij bij de doelgroep in de smaak te vallen. Zie ook mijn kritische beschouwing van de marketinguitingen van brouwerij Het Uiltje. Brouwerij Moortgat zit eveneens op die toer: Vedett Extraordinay IPA wordt verkocht onder de slagzin IPA, but not really from India and not really a Pale Ale. Marketing-flauwiteit kent geen tijd, zullen we maar zeggen.
Overigens schijnt De Koninck ondertussen eigendom van Moortgat te zijn; grote kans dus dat hetzelfde marketingbureau zowel de blabla voor Vedett, als die voor De Koninck bedenkt.

Evenals de IPA van Moortgat, is Wild Jo een bier met een bescheiden alcoholpercentage (5,8 %). 
Nu is Vedett Extraordinary IPA, hoewel niet onaardig, geen hoogvlieger als het om IPA's gaat. Omdat Wild Jo ook met zo'n verkooppraatje was opgezadeld, ontstond er in mijn brein ongewild een analogie met het bovengenoemde Moortgat-bier. Het zou ook wel niet zoveel bijzonders zijn.

Dat bleek een vergissing.
De indruk na de eerste slok was: dit lijkt wel een beetje op Orval! Behalve een beschaafde bitterheid ook wat zuur en verder een zekere 'bloemigheid'. Tamelijk weinig afdronk; slechts de bitterheid blijft nog even hangen. Desondanks een fraai zomerbier.

Dat vleugje Orval in de smaak bleef intrigeren.
Ik had al eens eerder een vergelijkbare ervaring gehad. Toen ik een paar jaar geleden weer eens Orval proefde, na het een tijd niet meer te hebben gedronken, dacht ik: er zit iets van de smaak van echte gueuze in dit bier. Op dat moment had ik overigens ook al in geen jaren een gueuze gedronken, maar sommige dingen vergeet je niet.
Het kenmerk van gueuze is de spontane vergisting, die traditioneel ontstaat doordat men het wort in open bakken laat afkoelen, terwijl de buitenlucht er overheen speelt. De buitenlucht in de Senne-vallei bevat wilde gisten en die brengen het vergistingsproces op gang.
Nog maar kort geleden las ik in een blog van een Alkmaarse bierkenner, dat "Orval wordt gebotteld met een getemd wild gist". Juist, ja; nooit geweten, maar voor wat betreft de smaakgelijkenis met gueuze viel het kwartje. Tot op zekere hoogte is het ook wel fijn dat die wilde gist kennelijk enigszins getemd is, want het resultaat van de echte spontane gisting was bij traditionele gueuze dusdanig onvoorspelbaar, dat het resulterende bier niet altijd optimaal drinkbaar was, om het eufemistisch uit te drukken.
Ik keek nog eens wat beter op het etiket van Wild Jo; bij de vergisting blijkt "wilde Brett-gist" te zijn gebruik. Er viel nogmaals een kwartje; De Koninck had het trucje van Orval toegepast. Het wilde van Jo had z'n verklaring. Rest de vraag: wie is Jo? De naamgeving blijkt een eerbetoon aan de man die de brouwerij na de eerste wereldoorlog (die voor veel Belgische brouwerijen een doodsklap was) weer oprichtte: Joseph van den Bogaert. Of hij zelf ook wild was, vermeldt de historie niet. Voor wat betreft de kwaliteit van het naar hem genoemde bier hoeft hij zich niet om te draaien in z'n graf, in ieder geval.

Het lijkt erop dat de toepassing van getemde wilde gist van de soort Brettanomyces bij het brouwen van bier een ontwikkeling is die flink om zich heen grijpt. Deze 'wilde' gistculturen zijn tegenwoordig gewoon te koop. Zelfs hobby-brouwers schijnen er mee te werken.
Van mij mogen ze; dat typisch smaakelement brengt gelukkige herinneringen boven aan de tijd toen ik nog maar net was begonnen met het ontdekken van de Belgische biercultuur. Het drinken van mijn eerste echte gueuze was niks minder dan een openbaring.
We  haalden het bij Timmermans in Itterbeek, in kratten waarin de flessen van een kalkstreep waren voorzien, zodat je bij het uitschenken de kant waarop het depot was neergeslagen onder kon houden. Ik vraag me af of het spul nog in een dergelijke vorm te koop is.

Ja, das war einmal..




Rechts klikken op de links opent ze in een eigen venster.